WE ARE REBUILDING THIS WEBSITE, SOON THERE WILL BE AN ENGLISH VERSION !
IN THE MEAN TIME, PLEASE VISIT OUR CROWD-FUNDING CAMPAIGN PAGE:

http://igg.me/p/116208?a=658390 OR http://www.indiegogo.com/hapiculture
BEZOEK BOVENSTAANDE LINK VOOR DE FINANCIERINGS-AKTIE VAN ONS NON-PROFIT PROJECT.
MOMENTEEL WERKEN WE OOK AAN EEN ENGELSE VERSIE VAN DEZE WEBSITE !

Het Hapicultuur-project is eigenlijk een bijenverzekering. De bedoeling is, door bijen te houden op een manier die op de noden van de bijen gericht is, ons te verzekeren van bijen in de toekomst. Volgens mij ontbreekt deze aanpak momenteel: Er is nog geen goed gefundeerd project waarbij het natuurlijke leven van de bijen centraal staat. We willen bijen houden op een manier die zo dicht mogelijk bij hun eigen werkwijze ligt.

Dit project is gericht op biodiversiteit, en niet op honingproductie of bestuivingswerk. Ik ben ervan overtuigd dat er een uitweg is uit de problemen waarmee wij en onze bijen te kampen hebben, en dat is samenwerken met de bijen, volgens hun eigen en natuurlijke principes, als partners.

Hapicultuur is een eenvoudig plan, dat uit 2 aanvullende delen bestaat: apicentrische bijenteelt en natuurlijke selectie. (volgens de “Bond Methode” van John Kefuss)

Ondanks het verschil tussen dit project en de gangbare werkwijze, wordt iedereen uitgenodigd dit plan te overwegen alvorens conclusies te maken. Zonder oordeel over de werkwijze van andere mensen,wensen we samen te werken aan een duurzame, toekomstgerichte bijenteeltmethode.

APICENTRISCHE BIJENTEELT omvat volgende principes: (uit het boek "The Barefoot Beekeeper" van Phil Chandler)

Inmenging in het natuurlijke leven van de bijen is tot een minimum beperkt.

Niets wordt in de kast gebracht waarvan bekend is dat het schadelijk is voor bijen, of wat mogelijk schade kan berokkenen, aan hen of ons of de bredere omgeving. En er wordt niets uit verwijderd dat de bijen niet kunnen missen.

De bijen weten wat ze doen: onze taak is om te luisteren naar hen en de optimale voorwaarden te bieden voor hun welzijn, zowel binnen als buiten de kast.

Hieruit ontstond het werkkader van Hapicultuur:

geen ramen, geen waswafels, maar vaste natuurlijke raat

geen koninginnerooster

geen zwermbeperking, geen darrenvermindering

geen routine suikervoeding, maar overwinteren op eigen honing

zo weinig mogelijk (be)handelingen: bijen niet storen, nesten niet verplaatsen

kasten niet samen plaatsen (minimum 300 m.-ideale afstand 500-1000 m.)

stukken uitgeholde boomstam, of een imitatie hiervan, ophangen in bomen – voor “verwilderde” bijen (onderdeel van de methode voor natuurlijke selectie)

verticale toplatkasten (Warré) – voor meer gedomesticeerde bijen (voor onderzoek, uitbreiding van het project, en eventueel oogst: honing om bijen bij te voeren, en was voor bescherming van de kasten)

Er zijn sterke signalen die erop wijzen dat de actuele afwijkingen van het natuurlijke leven van de bijen een sterke invloed hebben. Het is door het creëren en instandhouden van hun eigen micro-klimaat dat zij hun gezondheid beschermen. Rudolf Steiner waarschuwde er ons al voor in 1923, en zei dat de - in die tijd net ingevoerde - moderne imkerij binnen 50 tot 80 jaar onhoudbaar zou worden. Emile Warré zag ook al, in dezelfde periode, dat die “vooruitgang” schadelijk was voor de bijen. Ook Johann Thür, in zijn boek Bienenzucht, naturgerecht einfach und erfolgsicher (Bijenhouden: natuurlijk, simpel en succesvol), beschreef in 1946 de onvermijdelijke teloorgang met deze werkwijze. Hij schreef dat vooral het gebruik van ramen in de bijenkast, de oorzaak is van bijenziekten, omdat de warmte na het voedsel de grootste rijkdom van de bijen is. Het bewaren van die warmte en de atmosfeer van het nest, met vochtigheidsgraad, feromonen en alle mogelijke waardevolle organismen, dient verzekerd te worden in het belang van de gezondheid van de bijen. De varroa kan zich beter voortplanten in koelere kasten (kasten met raampjes) en op koelere plaatsen. (ook daarom kiezen ze voor het darrenbroed)

Hier hebben we dus het grootste voordeel van natuurlijke vaste raten (geen raampjes, geen waswafels) in kasten die zoveel mogelijk gesloten blijven. De temperatuur van het broednest is blijvend hoger, en varroa heeft minder kansen. Het hygiënisch gedrag wordt ook bevorderd doordat de bijen minder bezig zijn met het terug opbouwen van de gewenste temperatuur, atmosfeer en structuur van hun nest. Bijen creëren en onderhouden hun eigen atmosfeer in de kast, met de juiste vochtigheidsgraad, temperatuur, en een verzameling gisten, schimmels, bacteriën en andere micro-organismen in een harmonisch evenwicht. Iedere keer dat de kast geopend wordt is deze omgeving verstoord en is de geschikte temperatuur weg. Het broed koelt af en het duurt makkelijk 4 à 5 uur eer de temperatuur terug op peil is. Dan dienen ook de structuren en de beschermende omgeving terug opgebouwd worden. Al dit extra werk is nadelig voor de energiehuishouding van het volk en dit verzwakt de bijen. Zwakkere bijen zijn ontvankelijker voor ziekte. Om de warmte optimaal te bewaren werken we zonder raampjes, zijn de kastwanden uit massief hout van minimum 2,5 cm. dik, en gebruiken we een massief houten bodem en geen draadbodem. We zorgen wel voor voldoende vrije ruimte onder de raten, voor eventueel bijvoeren of varroa-telling

Ook voor het wetenschappelijk onderzoek is het van belang natuurlijk studiemateriaal als referentie en als object ter beschikking te hebben. Het is niet echt goed mogelijk om te onderzoeken wat de invloed is van omgevingsfactoren (zoals sproeistoffen in de landbouw e.d.) als de imkermethode afwijkt van de natuurlijke werkvorm van de bijen zelf, en als bij behandelingen stoffen in de kast gebracht worden die het super-organisme van bijen, gisten, bacteriën, enz... uit balans brengt. Momenteel gebeurt het meeste onderzoek op bijen in kasten met beweegbare raampjes. Dit heeft een invloed op de energiehuishouding van het bijenvolk, en is blijkbaar een factor die de overlevingskansen ervan mee bepaalt.

NATUURLIJKE SELECTIE

Doordat we in de gangbare bijenteelt zo sterk ingrijpen in de voortplanting van bijen (selectie, koninginnekweek, kunstmatige inseminatie, zwermbeheersing, darrenvermindering,…) hebben we hun immuniteit en vitaliteit aangetast en zelfs hun levensvatbaarheid verstoord. Al hebben we begrip voor de motivatie hiervan, we zien ook de noodzaak van een andere aanpak. Deze gaat hier niet tegenin, maar wil een aanvulling zijn. Het werk van John Kefuss en alle imkers die zijn Bond Methode ("Live and let die") volgen, toont aan dat het mogelijk is door natuurlijke selectie terug een gezonde vitale bij te verkrijgen. Vooral het toestaan van natuurlijke zwermen is hierin belangrijk. We laten de reproductie van de bijen aan henzelf over, en de genetische kwaliteiten die zij voor hun overleving nodig hebben komen terug op de voorgrond. We hebben te lang geselecteerd op honingopbrengst en zachtaardigheid. Er is een verband aangetoond tussen vitaliteit, honingproductie en verdedigingsgedrag. (1) En omdat het met bijen onmogelijk is om alle factoren te beheersen, laten we dit beter aan de natuur over. Mogelijk krijgen we dan bijen die iets minder honing produceren, zij zullen ook de uitdagingen van onze omgeving (én dus ook de varroa-mijt) beter aankunnen en de bestuiving van ons voedsel blijven verzekeren.

Herinvoer van de oorspronkelijke Apis Mellifera Mellifera is enkel mogelijk als alle bijenhouders hierin volgen. Dit wordt niet vooropgesteld. Keuze van rassen zal afhankelijk zijn van voorkeuren in de omgeving. Vanwege de ondersteuning van natuurlijke selectie, zullen een variatie aan genetische bronnen in de beginfase nodig zijn. Als het verdedigingsgedrag te sterk wordt zal er worden ingegrepen. Om problemen in woongebieden te vermijden kunnen zwermen opgevangen worden in een zwermzak, maar meestal zal met lok-kasten gewerkt worden.

Vanzelfsprekend werken we zonder solitaire bijen of andere insecten te verdrukken. We proberen indien mogelijk ruime locaties te vinden waar geen andere bijenstanden zijn, of indien het om minder uitgebreide gebieden gaat, waar we met de imkers van omliggende standen kunnen samenwerken. Mij lijkt het voor dit project het best om te kunnen beginnen met een ruime variatie aan genetisch materiaal, die toch niet te sterk afwijkt van keuzes van de collega's in de buurt. Hopelijk kunnen we zo vermijden dat we koninginnen dienen te vervangen omdat het verdedigingsgedrag te sterk wordt. Vitale bijen die hun nest verdedigen is echter geen probleem, want de kast hoeft praktisch niet geopend te worden. Wat samenwerking betreft hoop ik dat darrenaantal en zwermfrequentie niet tot het minimum beperkt hoeft te zijn.

EN VERDER …

Indien na de opstartfase varroa-resistente bijen verkregen worden, zullen deze natuurlijk aan imkers en anderen geleverd kunnen worden. Zij zullen ook begeleid worden om deze kwaliteiten in stand te houden. De kasten van het Hapicultuur-project zullen niet verplaatst worden voor voedsel of bestuiving, maar in het zoeken naar geschikte locaties kan hiermee wel rekening gehouden worden. Het kan nodig zijn om het aantal volkeren op een bepaalde locatie aan te passen aan het aanwezige voedsel, over het hele jaar gezien.

TOT SLOT

Om samen te vatten: door de soort-specifieke behoeften van de honingbij centraal te stellen, willen we bijdragen aan het oplossen van de actuele problemen. Het komt er nu op neer geschikte locaties te vinden om bijenstanden in te richten met evenveel Warré-kasten als nestkasten, en enkel de bijen in de Warré's te behandelen met bijenthee, jeneverbes-rook, en eventueel bloemsuiker of minerale olie. Het lijkt me goed om een eenvoudige methode van broedrust toe te passen. Ik bedoel: na de eerste zwerm, van de blijvers afleggers maken met de reeds aanwezige moercellen. Zo laten we de eerste natuurlijke zwerm gewoon gebeuren en verhogen we het aantal volkeren om na enkele jaren over voldoende volken te beschikken om via de Bond-methode te evolueren naar gezonde bijen met een natuurlijke varroa-beheersing. De zwermen worden in lokkasten gevangen en in de kasten of nestplaatsen ondergebracht.

Er is een buitengewone diversiteit aan opvattingen en benaderingen in de bijenteelt. Dit is een kracht en een bron van mogelijkheden en daar wensen we niets aan te veranderen. We zien echter wel dat aandacht voor de noden van de bijen zelf, in het algemeen eerder minimaal aanwezig is. En we gaan ervan uit dat net hierin een belangrijke mogelijkheid ligt, vanuit het belang van bijen in ons ecologisch evenwicht en onze voedselvoorziening, om een duurzame bijdrage te leveren aan het oplossen van de actuele problemen met het houden van bijen.

Luc Pintens

vzw De Gouden Bron


 

Ref: (1) Wray, M.K., Mattila, H.R. & Seeley, T. D. (2011) Collective personalities in honeybee colonies are linked to colony fitness
Animal Behaviour Vol.81(Iss.3) Pgs.559-568

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van de Werkgroep Apicentrische Bijenteelt

* indicates required
Email Format